Een ongenuanceerde term voor de combinatie van visuele en auditieve beperkingen is doofblindheid. Deze combinatie kan variëren van slechtziend en -horend tot volledig doof en blind. De meeste mensen met doofblindheid zijn vrijwel nooit volledig doof en volledig blind, maar zijn wel altijd beperkt in hun communicatie, mobiliteit en het ondernemen van activiteiten. Alhoewel zij dus beperkt zijn in hun communicatie, met behulp van de volgende technieken en hulpmiddelen kunnen doofblinden blijven communiceren.

Liplezen

Zuiver visueel liplezen wordt in de praktijk doorgaans ondersteund door gehoorresten en spreekt men niet van liplezen, maar van spraakafzien. Hoewel het een makkelijk toepasbare techniek is, heeft het ook een aantal kanttekeningen: er dient voldoende licht te zijn, de gesprekspartner moet duidelijk articuleren en het vergt een grote inspanning van de doofblinde.

Lopend schrift

Bij deze techniek worden hoofddrukletters gevormd in de handpalm van de doofblinde. Belangrijk hierbij is dat de doofblinde over een goed functionerend tastzintuig en synthesevermogen beschikt. Deze vorm van communicatie verloopt weliswaar zeer traag, maar is toch makkelijk toepasbaar voor beide gesprekspartners.

Handalfabet

Bij vingerspelling in de lucht of hand, komt elke letter overeen met een bepaalde vinger- en handstand. De doofblinde dient over voldoende gezichtsvermogen beschikken bij vingerspelling in de lucht en over voldoende tastzin wanneer de techniek in de hand wordt uitgevoerd.  Het is een communicatievorm met een laag tempo en vergt veel inspanning van de doofblinde. Vaak is deze techniek al bekend bij mensen die doof zijn geboren.

Lormschrift

In het lormschrift worden strepen en punten, overeenkomend met bepaalde letters en in een vastgelegde code, gevormd in de linkerhandpalm van de persoon die doof en blind is. De doofblinde dient niet alleen over synthesevermogen te beschikken, maar ook in staat zijn om mentaal boodschappen aan te vullen. Een hoog gesprekstempo is met deze techniek haalbaar, maar vergt een hoge inspanning.

Vierhandengebarentaal

De persoon die doof en blind is, legt zijn linkerhand op de rechterhand van zijn gesprekspartner en vice versa. Bij deze techniek worden de gebarentaal symbolen lichtjes aangepast en is daarom met name bruikbaar bij personen met een grote gebarenkennis. Interactie en het doorgeven van emoties, doordat de gesprekspartners permanent in contact zijn, zijn de grote voordelen binnen deze techniek.